Wat is een titerbepaling?

Door het vaccineren/inenten van honden zorgen we ervoor dat ze goed beschermd zijn tegen allerlei gevaarlijke ziektes. Om goed beschermd te zijn heeft een dier in het bloed een bepaalde mate van antilichamen nodig. Een titerbepaling is een bloedtest waarmee men de hoeveelheid van deze antilichamen kan nagaan en dus kan meten hoe goed de hond nog beschermd is tegen bepaalde ziektes. In Nederland enten we honden tegen hondenziekte, leverziekte, parvo en de ziekte van Weil (leptospirose). Indien nodig zijn er aanvullende entingen beschikbaar, zoals besmettelijke hondenhoest en rabiës (hondsdolheid).

Welke ziektes?

Titerbepaling is mogelijk voor hondenziekte (D), leverziekte (H), parvo (P) en eventueel rabiës. Echter, voor het buitenland is het verplicht om elke 3 jaar tegen rabiës te enten, ongeacht de hoogte van de titer. Voor de ziekte van Weil is het niet zinvol om een titerbepaling uit te voeren, omdat hier geen duidelijke relatie is tussen de bescherming en de hoeveelheid antilichamen. Hetzelfde geldt voor de besmettelijke hondenhoest. Een jaarlijkse vaccinatie tegen de ziekte van Weil en besmettelijke hondenhoest blijft dus noodzakelijk als men zeker wil zijn van een goede bescherming.

Wanneer is een titerbepaling zinvol?

Voor een goede bescherming is het belangrijk dat uw hond in ieder geval een goede basisvaccinatie heeft gekregen. Dit betekent de puppy-entingen op 6, 9 en 12 weken, en een inenting op 1 jaar leeftijd. Omdat wij op maat vaccineren, wordt de DHP-enting vervolgens elke drie jaar gegeven in plaats van elk jaar. Titerbepaling is voor deze ziektes dus pas zinvol vanaf 4 jaar leeftijd om te kijken of op dat moment de bescherming nog voldoende is. Indien de hond nog voldoende beschermd is, hoeft de volgende titerbepaling pas over 1-3 jaar plaats te vinden.

Bij honden die in het verleden een heftige reactie op een inenting hebben gehad, zou het zinvol kunnen zijn om te kijken of de enting nog uitgesteld kan worden.

Hoe gaat het in zijn werk

Een titerbepaling wordt in principe uitgevoerd naast de jaarlijkse inenting tegen de ziekte van Weil, waarbij ook een volledig lichamelijk onderzoek van uw hond plaatsvindt. Er komen dus, naast het consult en enting tegen de Ziekte van Weil, een bloedafname en titerbepaling bij. Dit kan allemaal plaatsvinden tijdens een afspraak. Indien uit de titerbepaling blijkt dat uw hond onvoldoende beschermd is, moet er nog een aanvullende enting plaatsvinden.